Henschotermeer

Op weg naar de Leiden marathon stond gisteren een halve marathon in marathontempo op het programma. Ik had besloten die tijdens de Vlinderloop in Houten te lopen. Dat is een hele sympathieke kleinschalige loop. Goed bereikbaar, inschrijfgeld 3 euro, autoluw parcours met een lusje om kasteel Heemstede, prima kleedruimte en je wordt gestart door iemand die op een paaltje klimt en toetert. Niet te begrijpen dat er slechts rond de 50 deelnemers waren.

Mijn doel was dus 5:35 per kilometer te lopen en onderweg flink te drinken uit het reservoir in mijn rugzak. (Ik werd overigens wat geholpen dit leeg te krijgen doordat het lekte. Uiteindelijk loopt je bilnaad dan vol met plakkerige sportdrank.) Dit tempo aanhouden is fysiek niet lastig, maar mentaal wel. Ik moet zeker in het begin toch iets overwinnen om de anderen er vandoor te laten gaan.

Na drie kilometer was er toch nog een vrouw, van in de dertig schat ik zo, die zo’n tien meter achter mij bleef hangen. Ik had al een paar keer omgekeken en dat was waarschijnlijk de reden dat ze vroeg of ik het vervelend vond dat zijn daar liep.
“Nee hoor, heb je een tijd in gedachte?”
“Net onder de twee uur.”
“Nou, als je bij mij aanhaakt gaat dat lukken.”

En dat deed ze. Zo kon er nog iemand anders profiteren van mijn trainingsarbeid en had ik de hele weg gezelschap. Ze was het niet gewend met een haas te lopen en waarschijnlijk überhaupt niet zo’n ervaren loper. Met wat aanwijzingen voor het uit de wind lopen en het drinken bij de posten ging het uiteindelijk prima. Maar zelfs met een haas moet je natuurlijk toch nog zelf lopen en dat werd steeds zwaarder. “Nog één keer tegen de wind in en dan ga je het redden.” De laatste drie kilometer hadden we wind mee, maar een schepje er bovenop vond ze geen goed idee.
“Gelijk heb je. Je moet zo'n PR niet meteen te scherp stellen, anders duurt het zo lang voor je weer een feestje hebt. Staat er iemand op je te wachten bij de finish?”
“Als het goed is wel.”

Het was goed. Vlak voor de finish hield ik in en zag ik haar met toch nog een sprintje net onder de 1:58 finishen. Daar viel ze in de armen van partner, moeder(?) en zus(?) en nam een bos tulpen in ontvangst.
“Wat goed!”
“Ja, maar ik ben heeelemaal kapot.”

En zo blijkt zo’n bescheiden Vlinderloop gewoon een grootse wedstrijd te kunnen zijn, met alles erop en eraan. Het was prachtig om te zien.