Een vriend van mij, die Italiaan en fervent katholiek is, ried mij aan eens het boekje Heeft het zin christen te zijn? van Joseph Ratzinger te lezen. Het boekje bevat drie preken die Ratzinger in 1965 in Münster heeft gehouden. Dat is dus lang voordat hij als kardinaal aan het hoofd kwam van de Congregatie voor de Geloofsleer (1981) en nog langer voor zijn verkiezing als paus in 2005. Ratzinger was in mijn ogen het vleesgeworden conservatisme binnen de katholieke kerk, maar die vriend van mij wees erop dat Ratzinger juist zeer ondogmatisch was en, naar Ratzingers eigen zeggen, steeds gebleven.

Ik moet toegeven dat enkele van mijn vooroordelen door dit boekje gesneuveld zijn. Hierin zet Ratzinger inderdaad alle dogmatiek opzij in de zoektocht naar de kern van het christendom. Niettemin is dat niet wat mij het meest heeft getroffen. Dat christenen niet het alleenrecht hebben op verlossing en sterker nog, dat ook zij nog aan verlossing moeten werken, is misschien een opmerkelijke uitspraak voor iemand die hoofd van de katholieke kerk is geworden, voor niet-christenen is de uitspraak echter inhoudelijk niet zo opzienbarend.
Daarnaast moet ik ook constateren dat hij er niet goed in slaagt een antwoord te geven op de vraag die in de titel van het boek gesteld wordt, maar ik denk eigenlijk dat dat te wijten is aan een slechte vertaling van die titel. In het Duits was het Von Sinn des Christseins. Het “Sinn” hier betekent eerder “bedoeling” of “betekenis” dan het Nederlandse “zin” dat in deze context vrijwel synoniem is met “nut”. Over het nut heeft hij het niet, over de bedoeling juist wel.

Wat ik mooi vond is dat hij het aandurft die bedoeling van het christendom terug te brengen tot de “elevator pitch” van Jezus tegenover de Farizeeën (Math 22, 37-40) en dat hij daar ook ferm aan vasthoudt. De uitleg die hij daarbij geeft vind ik uitstekend, maar hij laat volgens mij één kant van de zaak liggen. Jezus zegt: “Heb de Heer uw God lief met heel uw hart […] [en] heb uw naaste lief als uzelf.” Ratzinger gaat hier uitgebreid in op de onbaatzuchtigheid van de liefde die hier bedoeld wordt. Ik zie echter nog een ander aspect. Jezus zegt namelijk niet “Heb de Heer uw God lief met heel uw hart en uw naaste ook .” Nee, voor die naaste is het “lief als uzelf”. Dat is natuurlijk heel bewust. Mensen zijn maar mensen, daar ben je niet altijd blij mee, net zoals je niet altijd blij bent met jezelf. Misschien wordt hier wel bedoeld, je moet liefde geven naar vermogen. Als je helemaal in balans bent, moet je ook veel aan anderen geven, als je worstelt met jezelf, mag het even wat minder. Maar dit terzijde.

De belangrijkste vondst voor mij is echter een andere. Het is wat Ratzinger “de wet van de overvloed” noemt, met als citaat “Ik zeg u: als uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die van de schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der Hemelen.” Waar het hier om gaat is dat het niet genoeg is om volgens de letter van de regels te leven, maar dat je voluit voor het principe moet gaan. Ik denk dat dit de spijker op zijn kop is. Dit probleem speelt overal. Het is ook precies deze houding, dat je goed bezig bent zolang je je achter een regel of afspraak kunt verschuilen, die grote bedrijven ten gronde richt. Ik ken er één van nabij. Het maakt niet uit hoe “smart” je prestatie-afspraken maakt, hoe scherp je compliance-regels formuleert, het zal altijd mis gaan als men naar de letter in plaats van naar de geest handelt.

Zelf gebruikte ik soms het Nederlandse vaarreglement als voorbeeld om dit probleem aan te kaarten. Dit reglement is misschien wel de beste set regels die ik ken. Het staat vol met voorrangsregels, regels voor materiaal en uitrusting en vele andere aanwijzingen, maar artikel 1 luidt:

Artikel 1.04. Voorzorgsmaatregelen
De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die volgens goede zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt zijn geboden, teneinde met name te voorkomen dat:
a. het leven van personen in gevaar wordt gebracht;
b. schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden;
c. de veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

Artikel 1.05. Afwijking van het reglement
De schipper moet in het belang van de veiligheid of de goede orde van de scheepvaart, voor zover dit door de bijzondere omstandigheden waarin het schip of het samenstel zich bevindt is geboden, volgens goede zeemanschap afwijken van de bepalingen van dit reglement.

Een schipper mag zich dus nooit verschuilen achter de regels van het reglement, maar moet altijd in het belang van veiligheid en goede orde handelen! Zo moet het niet alleen in de scheepvaart, maar ook in het bedrijfsleven en in het leven als geheel. Ik voelde me wat dit betreft verwant met Ratzinger, door het citaat, de analyse en het belang dat hij er aan toekent.

Na een aantal Lean puzzels in de On Track is het tijd voor evaluatie. Hoe vonden de lezers het?

Nou, verschillende lezers hebben mij verteld dat ze de puzzels leuk vonden om te lezen. Het aantal lezers dat ook daadwerkelijk aan het puzzelen is geslagen is echter gering. (Dat fenomeen kennen we ook van kookrubrieken.) Nu is het best wel wat werk om een leuke puzzel te verzinnen, en ja, ik heb ze echt niet ergens op voorraad in een boekje. Daarom wil ik mijn bijdrage aan de On Track in een andere vorm voortzetten. Als de lezers vooral het lezen leuk vinden, dan schrijf ik voortaan iets om te lezen. In de volgende nummers van On Track hoop ik regelmatig met een stukje te komen onder titel “Qua Lean Gezien” .

Succes met deze allerlaatste Lean Puzzel.

Welke laadbak is van een Black Belt? (En waarom?)
   

Het goede antwoord is beide. De linker is van Micha, de rechter is van Jan. En waarom? Omdat ***** op het laatste moment terugkrabbelde om op de ATB de Amerongse berg te bedwingen. Anders waren er drie geweest.

 

 Uit: CPR On track 14, 21-02-2012.

Het raadsel

Een van de instrumenten van Lean is het visualiseren. Het visualiseren van performance, maar ook van problemen. Er zijn voor dat visualiseren natuurlijk vele mogelijkheden, maar ik ga jullie hier niet al te veel helpen.

We hebben twee vaten. In vat A zit negen liter snuks. In van B zit zeven liter twilp. De vloeistoffen snuks en twilp kun je, zoals jullie weten, volkomen en zonder verlies van volume mengen.

We nemen nu een maatschep en scheppen twee liter snuks uit vat A en gooien dat in vat B bij de twilp. Nu roeren we de hele boel even goed door, zodat de vloeistoffen zich mengen. Vervolgens scheppen we weer twee liter van het mengsel uit vat B terug in vat A, waar de snuks in zit.

Op 5 december 2011, in de trein van 15:59 van Amsterdam Arena naar Utrecht, trof de conductrice een passagier aan in de eerste klasse die wel een kaartje had, maar die het kaartje niet had afgestempeld met een datum. Volgens zijn zeggen was hij voor het instappen te druk aan het telefoneren geweest.
De conductrice constateerde natuurlijk een overtreding. Een ongestempeld kaartje is geen geldig plaatsbewijs. Het kaartje kan immers een andere dag weer als nieuw gebruikt worden. De conductrice heeft natuurlijk instructie om in dit soort gevallen een boete uit te schrijven. Als ze alleen het kaartje af zou stempelen zou het altijd lonen om het eerst maar eens zonder stempel te proberen. De conductrice bleek echter enige speelruimte hebben om die sanctie toe te passen. Kennelijk mocht zij, als zij er van overtuigd was dat de passagier te goeder trouw was, de boete achterwege laten. Maar hoe vorm je je daar als conductrice een oordeel over.
De conductrice in kwestie had een voor mij verrassende en verrassend interessante aanpak. Zij vroeg de passagier of hij nog meer kaartjes in zijn portemonnee had! Dat was natuurlijk heel plausibel. Iemand die een blanco kaartje koopt doet dat meestal omdat hij een bepaald traject regelmatig reist en hij niet iedere keer tijd wil kwijt zijn bij de kaartverkoop.