Gisteren was Tommy Wieringa te gast in het tv-programma "De wereld draait door". Hij was uitgenodigd vanwege de actuele vluchtelingen problematiek, en:

"Tommy Wieringa schreef in 2012 al Dit zijn de namen, een roman over een groep vluchtelingen die langs de rafelranden van een fictief Oost-Europa zwerft. Dit boek blijkt nu haast profetische kwaliteiten te bevatten [sic]. Geen wonder dat de Italiaanse vertaling het momenteel bijzonder goed doet. [..]"

Ik hoorde daar even van op. Niet van die vluchtelingenproblematiek, die is ook mij niet ontgaan. Maar dat het boek Dit zijn de namen over een groep vluchtelingen zou gaan, en in het verlengde daarvan, dat Tommy Wieringa daardoor expertise zou hebben in het oplossen van het vluchtelingenprobleem, dat had ik niet gedacht. Ik was dan ook benieuwd wat er zou volgen.

De bovenstaande titel is enigszins verwarrend. Dit stukje gaat namelijk niet over de fabeldieren maar over het gezelschapsspel weerwolven. Maar deze ambiguïteit stelt mij wel in staat toch gauw even wat over het fabeldier te schrijven.

De weerwolf is als fabeldier al heel oud en zijn naam ook. Daarom weet tegenwoordig bijna niemand meer hoe die naam in elkaar zit. Tijdens het spel worden er dan ook grappen gemaakt als "ben je nou al weer wolf" en "je bent een slecht weer wolf". Van Annie M.G. Schmidt kennen we natuurlijk ook de heen-en-weerwolf als veerman in Pluk van de Petteflet. Dat 'wolf' begrijpt iedereen, maar dat 'weer' geeft aanleiding tot allerlei speculatieve associaties.
Oorspronkelijk was de term weerwolf echter voor iedereen duidelijk. In het Oergermaans was het een samentrekking van 'weir' (man) en 'wulfa' (wolf).1 Weerwolf betekent dus gewoon manwolf. (Weerman is dus eigenlijk dubbelop.) De term is natuurlijk zeer toepasselijk voor een wezen dat zowel de gedaante van een mens als van een wolf kan aannemen. En dat brengt ons weer bij het gezelschapsspel.

Het is al weer twee maanden geleden dat ik La Superba las. Ik had het boek als vakantielectuur meegenomen. Het idee dat het typisch een boek voor op de camping zou zijn, was een misvatting mijnerzijds. De paperback, met maar liefst de 15de druk van dit boek, had wel mooie duidelijk letters die ook bij slecht licht comfortabel te lezen zijn en het verhaal speelt zich af in Genua, maar de grimmige voorplaat had mij toch moeten waarschuwen dat het geen vrolijk, zonnig boek zou zijn. Het blijkt een bizar, complex, onsmakelijk en geestig boek.

Ik zat na vele jaren weer eens op het Rapenburg in Leiden. Omdat ik juist een leuk gesprek met perspectief achter de rug had, maar wel de lunch had overgeslagen, besloot ik mezelf te trakteren op iets te eten en een biertje bij Barrera. Daar kwam ik vroeger ook geregeld.

Het was goed weer en buiten waren de meeste tafeltjes bezet, maar er was nog een plaatsje voor mij vrij. Links van mij zat een wat oudere vrouw met een wat jongere man, wellicht haar zoon, beiden met een glas Palm. Rechts zat een stel dat waarschijnlijk uit het buitenland kwam, ik gok Japan. Wat zij dronken kan ik mij niet herinneren.

Ik bestelde een "Rapenburger" (wat te eten) en een "Chouffe" (wat te vieren). Het bier kwam snel, de burger liet even op zich wachten en dat is natuurlijk een goed teken. Toen korte tijd later de hamburger op mijn tafeltje was gezet, sprak de vrouw aan de tafel links van mij mij aan en zei: "Pas op voor de mee ..."