Gisteren bracht het tv-programma Nieuwsuur een item over fraude bij "contactloos pinnen". Opeens realiseerde ik me dat er een grens was overschreden in de ontwikkeling van de betekenis van het woord 'pin(nen)'.

In de Volkskrant van 27 oktober stond een artikel over de startprocedure bij schaatsen. Onderzoek had uitgewezen dat het tienden van seconden in de finishtijd kon uitmaken of een starter de startprocedure snel, dan wel traag doorliep. Er werd dan ook voorgesteld deze procedure te automatiseren.

Wat in dit artikel niet helemaal uit de verf kwam, is dat het waarschijnlijk niet zo zeer de snelheid of de traagheid van de starter is, maar de voorspelbaarheid waarmee de procedure doorlopen wordt, die een start snel of traag maakt. Als dit in een vast ritme gaat, wordt deze beter voorspelbaar en kan men beter anticiperen op de start. Daarna kan de schaatser vloeiend door in de bewegingen die bij hem door het vele trainen een automatisme zijn geworden.

Het is al weer een paar weken geleden, maar het relletje galmt nog een beetje na. Een aantal PVV-Kamerleden had de legitimiteit van het parlement in twijfel getrokken. Nu de Kamerstukken op internet beschikbaar zijn (1), kunnen we precies zien hoe dat gegaan is.

Een van mijn zielsverwanten is de in 1988 overleden fysicus Richard P. Feynman. Nu getuigt het natuurlijk wel van enige hoogmoed om jezelf te vergelijken met een briljante Nobelprijswinnende natuurkundige, die ook nog eens bekend staat om zijn vermogen duidelijk uit te leggen en om zijn mooie verhalen over van alles en nog wat. Dus laat ik direct toegeven: intellectueel kan Feynman zes rondjes om mij heen lopen voordat ik één stap heb kunnen zetten en als verhalenverteller drie. Ik denk echter dat ik zijn gelijke ben in verontwaardiging over schoolboeken.