Op de school waar ik lesgeef, wordt de methode Laagland voor literatuur gebruikt. In het ‘verwerkingsboek’ voor het VWO is als een van de opdrachten een fragment uit Buitenstaanders opgenomen. Het fragment bestaat uit de eerste pagina’s van hoofdstuk 2, in de courante paperbackuitgave van Podium de pagina’s 73-76. Als context bij dit fragment meldt het verwerkingsboek: “Laurie en Max hebben een auto-ongeluk gehad. Ze hebben onderdak gekregen in een huis waar bijzondere mensen wonen.”
De vragen bij dit fragment zijn o.a.:
a)    Citeer drie passages waaruit blijkt dat Laurie vooringenomen is over de meisjes die bij Agrippina in huis wonen.
b)    Waarom is Laurie vooringenomen over de meisjes?
d)    Leg uit of je Laurie een feministische vrouw vindt.

Het boek Sonny Boy van Annejet van der Zijl is dit jaar een gewild boek bij examenkandidaten in het voortgezet onderwijs. Tenminste, op de school waar ik momenteel werk. Het is daar even populair als De aanslag en Het gouden ei. Ik ontkwam er dan ook niet aan dit boek te lezen.

En laat ik er niet badinerend over doen, het is een heel behoorlijk boek, dat een uitzonderlijke familie volgt in een uitzonderlijke periode. (Het idee van idee van sommige leerlingen dat het boek een typisch beeld geeft van het leven voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, is natuurlijk niet juist.) Wat het boek een buitenbeentje maakt op de leeslijst, is dat het hier om geschiedschrijving gaat. Het is een biografie van een gezin dat werkelijk bestaan heeft, gebaseerd op en gedocumenteerd met echt historisch bronmateriaal. De vraag die je je dus kunt stellen is: wat doet dit boek op een leeslijst voor het eindexamen literatuur?

Ruim een jaar geleden kreeg ik van een studievriend het boek Radetzkymars van Joseph Roth cadeau. Hij had het zelf meerdere keren gelezen en de treinreis van Wenen naar een plaatsje in Galicië, die in het boek een aantal keren gemaakt wordt, nagereisd.
Het boek is wegens allerlei zaken even blijven liggen, maar misschien nog wel het meest omdat ik het in het Duits gekregen had. Nadat ik niet zo lang geleden moest bekennen het boek nog niet gelezen te hebben, heb ik toch de Nederlandse vertaling maar ter hand genomen.

In een ledig moment, die ik vooral heb als ik naar het toilet moet, greep ik een deel van George Orwells Essays, journalism and letters uit de kast en sloeg die op een willekeurige pagina open. Mijn oog viel op de brief aan John Middleton Murry van 14 juli 1944. Hierin reageert Orwell op een artikel van Murry in de Adelphi. Wat mij mij nu trof, is dat Orwell zich verontschuldigt voor onnauwkeurig citeren met: "I have not the text by me, but ..." Dit is iets dat ik nooit zo zou zeggen. In mijn ogen en oren is dit typisch Dutch Engish, een directe vertaling van: "Ik heb de tekst niet bij mij." En ook dat "have not" vind ik wat ongemakkelijk. Ik zou zeggen: "I don't have the text with me."